De of het hulpbisschop?

Het juiste lidwoord is:

de hulpbisschop

  • Meervoud: de hulpbisschoppen
Betekenis (beroep, religie) assistent van de bisschop

Zo gebruik je hulpbisschop

Met lidwoordde hulpbisschop
Dit of dezedeze hulpbisschop
Dat of diedie hulpbisschop
Ons of onzeonze hulpbisschop
Jouwjouw hulpbisschop
Elk of elkeelke hulpbisschop
Welk of welkewelke hulpbisschop?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hulpbisschop, de grote hulpbisschop
Meervoudde hulpbisschoppen, deze hulpbisschoppen

Voorbeeldzinnen met hulpbisschop

  • Vlak daarvoor was hij door de paus benoemd tot hulpbisschop.
  • Van den Hende werd in 2006 hulpbisschop van Breda en een jaar later volgde zijn benoeming tot bisschop. Hij is geboren in Groningen, waar hij in 1991 tot priester werd gewijd.

Woorden die eindigen op hulpbisschop

oud-hulpbisschop

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).