De of het huizenbezit?

Het juiste lidwoord is:

het huizenbezit

Betekenis het hebben van een woonhuis

Zo gebruik je huizenbezit

Met lidwoordhet huizenbezit
Dit of dezedit huizenbezit
Dat of diedat huizenbezit
Ons of onzeons huizenbezit
Jouwjouw huizenbezit
Elk of elkeelk huizenbezit
Welk of welkewelk huizenbezit?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot huizenbezit, het grote huizenbezit

Voorbeeldzinnen met huizenbezit

  • Verzekeraar Allianz heeft een en ander becijferd in het jaarlijkse Global Wealth Report. In het vermogen worden spaargeld, beleggingen, huizenbezit en -schuld meegenomen.
  • Hypotheekrenteaftrek moet weer worden waar het voor bedoeld was, een stimulans op huizenbezit en niet op rijkdom, aldus PvdA-leider Samsom.

Woorden die beginnen met huizenbezit

huizenbezitter

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).