De of het huisorgel?

Het juiste lidwoord is:

het huisorgel

  • Meervoud: de huisorgels
  • Verkleinwoord: het huisorgeltje
Betekenis (muziek) een pijporgel of elektronisch orgel dat speciaal is ontworpen voor gebruik in een particuliere woning

Zo gebruik je huisorgel

Met lidwoordhet huisorgel
Dit of dezedit huisorgel
Dat of diedat huisorgel
Ons of onzeons huisorgel
Jouwjouw huisorgel
Elk of elkeelk huisorgel
Welk of welkewelk huisorgel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot huisorgel, het grote huisorgel
Meervoudde huisorgels, deze huisorgels

Voorbeeldzinnen met huisorgel

  • Ze gingen tweemaal per zondag naar de kerk en zongen tussendoor thuis psalmen bij het huisorgel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).