De of het benoembaarheid?

Het juiste lidwoord is:

de benoembaarheid

  • Meervoud: de benoembaarheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het in een ambt aangesteld kunnen worden

Zo gebruik je benoembaarheid

Met lidwoordde benoembaarheid
Dit of dezedeze benoembaarheid
Dat of diedie benoembaarheid
Ons of onzeonze benoembaarheid
Jouwjouw benoembaarheid
Elk of elkeelke benoembaarheid
Welk of welkewelke benoembaarheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote benoembaarheid, de grote benoembaarheid
Meervoudde benoembaarheden, deze benoembaarheden

Voorbeeldzinnen met benoembaarheid

  • Jos van Rey, de oud-VVD-wethouder die wordt verdacht van corruptie en belangenverstrengeling, gaat in Roermond in een integriteitscommissie zitten. Het gaat om de commissie benoembaarheid wethouders.
  • Volgens de Raad van State maakt het D66-initiatief inbreuk op het gelijkheidsbeginsel en het recht op gelijke benoembaarheid in de openbare dienst.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).