De of het houtbond?

Het juiste lidwoord is:

de houtbond

  • Meervoud: de houtbonden
Betekenis 1. (economie) vakvereniging voor mensen uit bedrijven waarin vooral hout wordt bewerkt 2. (economie) werkgeversorganisatie voor bedrijven waarin vooral hout wordt bewerkt

Zo gebruik je houtbond

Met lidwoordde houtbond
Dit of dezedeze houtbond
Dat of diedie houtbond
Ons of onzeonze houtbond
Jouwjouw houtbond
Elk of elkeelke houtbond
Welk of welkewelke houtbond?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote houtbond, de grote houtbond
Meervoudde houtbonden, deze houtbonden

Voorbeeldzinnen met houtbond

  • De katholieke houtbond, opgericht in 1920, was de Nederlandsche R.K.
  • In het voorjaar van 1992 is Meplax lid geworden van een houtbond, waardoor zij gebonden werd aan deelname aan het BPF op basis van een uitgebreide pensioenvoorziening.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).