De of het aakschipper?

Het juiste lidwoord is:

de aakschipper

  • Meervoud: de aakschippers
Betekenis (scheepvaart, beroep) iemand die op een aak vaart als schipper

Zo gebruik je aakschipper

Met lidwoordde aakschipper
Dit of dezedeze aakschipper
Dat of diedie aakschipper
Ons of onzeonze aakschipper
Jouwjouw aakschipper
Elk of elkeelke aakschipper
Welk of welkewelke aakschipper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aakschipper, de grote aakschipper
Meervoudde aakschippers, deze aakschippers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).