De of het grootspreker?

Het juiste lidwoord is:

de grootspreker

  • Meervoud: de grootsprekers
  • Verkleinwoord: het grootsprekertje
Betekenis persoon die zich belangrijker voordoet dan bij of zijn eigenlijk is

Zo gebruik je grootspreker

Met lidwoordde grootspreker
Dit of dezedeze grootspreker
Dat of diedie grootspreker
Ons of onzeonze grootspreker
Jouwjouw grootspreker
Elk of elkeelke grootspreker
Welk of welkewelke grootspreker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grootspreker, de grote grootspreker
Meervoudde grootsprekers, deze grootsprekers

Voorbeeldzinnen met grootspreker

  • Dirk citeert Voltaire, Gijsbert noemt Voltaire een godloochenaar, Dirk citeert Rousseau en Gijsbert zegt dat Rousseau niets dan een zedeloze grootspreker is …
  • Die grootspreker uit het apenland heeft vandaag meer dan genoeg van zijn zenuwen en geduld gevergd, hij zal nu niet met hem twisten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).