De of het glasmaker?

Het juiste lidwoord is:

de glasmaker

  • Meervoud: de glasmakers
Betekenis 1. (beroep) persoon die glas maakt 2. (economie) bedrijf dat glas maakt

Zo gebruik je glasmaker

Met lidwoordde glasmaker
Dit of dezedeze glasmaker
Dat of diedie glasmaker
Ons of onzeonze glasmaker
Jouwjouw glasmaker
Elk of elkeelke glasmaker
Welk of welkewelke glasmaker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote glasmaker, de grote glasmaker
Meervoudde glasmakers, deze glasmakers

Voorbeeldzinnen met glasmaker

  • De glasmaker verdient daardoor zes francs, die hij weer aan iets kan uitgeven, enzovoorts.
  • Volgens glasmaker Corning zijn zo'n flexibele schermen nog niet voor meteen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).