De of het oplaadpas?

Het juiste lidwoord is:

de oplaadpas

  • Meervoud: de oplaadpassen
  • Verkleinwoord: het oplaadpasje
Betekenis pas die men nodig heeft om van openbare laadpalen gebruik te kunnen maken

Zo gebruik je oplaadpas

Met lidwoordde oplaadpas
Dit of dezedeze oplaadpas
Dat of diedie oplaadpas
Ons of onzeonze oplaadpas
Jouwjouw oplaadpas
Elk of elkeelke oplaadpas
Welk of welkewelke oplaadpas?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote oplaadpas, de grote oplaadpas
Meervoudde oplaadpassen, deze oplaadpassen

Voorbeeldzinnen met oplaadpas

  • Met een oplaadpas van vijf euro kunnen klanten tot eind 2015 één uur stroom per dag tanken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).