De of het gezinshoofd?

Het juiste lidwoord is:

het gezinshoofd

  • Meervoud: de gezinshoofden
  • Verkleinwoord: het gezinshoofdje
Betekenis het hoofd van een gezin

Zo gebruik je gezinshoofd

Met lidwoordhet gezinshoofd
Dit of dezedit gezinshoofd
Dat of diedat gezinshoofd
Ons of onzeons gezinshoofd
Jouwjouw gezinshoofd
Elk of elkeelk gezinshoofd
Welk of welkewelk gezinshoofd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot gezinshoofd, het grote gezinshoofd
Meervoudde gezinshoofden, deze gezinshoofden

Voorbeeldzinnen met gezinshoofd

  • Ook hij is een trouwe echtgenoot en een liefhebbend gezinshoofd, maar Sebag Montefiore maakt hem ronduit belachelijk door hem in zijn vrije tijd als een ongeremde drinkeboer neer te zetten …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).