De of het gelegenheidsaanvoerder?

Het juiste lidwoord is:

de gelegenheidsaanvoerder

  • Meervoud: de gelegenheidsaanvoerders
Betekenis (sport) persoon die slecht voor één enkele keer de rol heeft van aanvoerder van een sportteam

Zo gebruik je gelegenheidsaanvoerder

Met lidwoordde gelegenheidsaanvoerder
Dit of dezedeze gelegenheidsaanvoerder
Dat of diedie gelegenheidsaanvoerder
Ons of onzeonze gelegenheidsaanvoerder
Jouwjouw gelegenheidsaanvoerder
Elk of elkeelke gelegenheidsaanvoerder
Welk of welkewelke gelegenheidsaanvoerder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gelegenheidsaanvoerder, de grote gelegenheidsaanvoerder
Meervoudde gelegenheidsaanvoerders, deze gelegenheidsaanvoerders

Voorbeeldzinnen met gelegenheidsaanvoerder

  • "We hebben het gevoel dat er veel meer had ingezeten", aldus PSV-keeper en gelegenheidsaanvoerder Jeroen Zoet.
  • De goals kwamen op naam van Jérémy Mathieu, Sergi Roberto, gelegenheidsaanvoerder Pedro en Adriano Correia.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).