De of het droogzolder?

Het juiste lidwoord is:

de droogzolder

  • Meervoud: de droogzolders
  • Verkleinwoord: het droogzoldertje
Betekenis zolderverdieping waarop men iets te drogen legt

Zo gebruik je droogzolder

Met lidwoordde droogzolder
Dit of dezedeze droogzolder
Dat of diedie droogzolder
Ons of onzeonze droogzolder
Jouwjouw droogzolder
Elk of elkeelke droogzolder
Welk of welkewelke droogzolder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote droogzolder, de grote droogzolder
Meervoudde droogzolders, deze droogzolders

Voorbeeldzinnen met droogzolder

  • Dan was er nog een geriefelijke droogzolder aan verbonden; overigens had het huis zijn eigen ongemakken, omdat er door de bedstee-binnen …
  • Veel mensen uit onze straat werden in kasteel Ter Horst geplaatst, maar wij moesten naar een grote droogzolder van een wasserij bij de spoorweg (Strobroeksmolen).

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).