De of het gefrutsel?

Het juiste lidwoord is:

het gefrutsel

Regel Woorden op -sel: meestal het. Bekijk de regel
Betekenis het langdurig aan iets kleins werken

Zo gebruik je gefrutsel

Met lidwoordhet gefrutsel
Dit of dezedit gefrutsel
Dat of diedat gefrutsel
Ons of onzeons gefrutsel
Jouwjouw gefrutsel
Elk of elkeelk gefrutsel
Welk of welkewelk gefrutsel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot gefrutsel, het grote gefrutsel

Voorbeeldzinnen met gefrutsel

  • Geen gefrutsel met garneringen.
  • Hij was er na veel gefrutsel in geslaagd zijn kluisdeur te openen en daarop betrad hij met het toestelletje van Kwetal de geïsoleerde ruimte.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).