De of het familiehulp?

Het juiste lidwoord is:

de familiehulp

  • Meervoud: de familiehulpen
Betekenis 1. professionele hulp aan families en gezinnen 2. hulp die geleverd wordt door familieleden

Zo gebruik je familiehulp

Met lidwoordde familiehulp
Dit of dezedeze familiehulp
Dat of diedie familiehulp
Ons of onzeonze familiehulp
Jouwjouw familiehulp
Elk of elkeelke familiehulp
Welk of welkewelke familiehulp?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote familiehulp, de grote familiehulp
Meervoudde familiehulpen, deze familiehulpen

Voorbeeldzinnen met familiehulp

  • De dertig tot veertig medewerkers willen dat de gemeente bij een faillissement van thuiszorgorganisatie TSN in zee gaat met de Stichting Familiehulp, die onderdeel is van Buurtzorg.
  • De zorgorganisatie Vierstroom begint in Bergambacht en Vlist een proef met familiehulp in verpleeghuizen voor demente mensen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).