De of het equivalent?

Het juiste lidwoord is:

het equivalent

  • Meervoud: de equivalenten
  • Verkleinwoord: het equivalentje
Betekenis 1. iets gelijkwaardigs 2. (taalkunde) een woord of woordgroep in een bepaalde taal dat verwijst naar precies hetzelfde concept als een woord of woordgroep in een andere taal

Zo gebruik je equivalent

Met lidwoordhet equivalent
Dit of dezedit equivalent
Dat of diedat equivalent
Ons of onzeons equivalent
Jouwjouw equivalent
Elk of elkeelk equivalent
Welk of welkewelk equivalent?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot equivalent, het grote equivalent
Meervoudde equivalenten, deze equivalenten

Voorbeeldzinnen met equivalent

  • Een kat of hond die je likt is het equivalent van jou aaien.
  • Er zijn woorden in het Portugees die geen vertaling of equivalent hebben in andere talen, zoals „açaí”, „samba” of „guaraná”.

Woorden die eindigen op equivalent

fulltime-equivalent | warmte-equivalent | bio-equivalent | gramequivalent

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met equivalent

equivalentie | equivalentieprincipe

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).