De or het equivalent?

The correct Dutch article is:

het equivalent

  • English: equivalent
  • Plural: de equivalenten
  • Diminutive: het equivalentje
Meaning (Dutch) 1. iets gelijkwaardigs 2. (taalkunde) een woord of woordgroep in een bepaalde taal dat verwijst naar precies hetzelfde concept als een woord of woordgroep in een andere taal

How to use equivalent

the equivalenthet equivalent
this equivalentdit equivalent
that equivalentdat equivalent
our equivalentons equivalent
your equivalentjouw equivalent
every equivalentelk equivalent
which equivalent?welk equivalent?
a big equivalent / the big equivalenteen groot equivalent, het grote equivalent
the equivalent (plural)de equivalenten, deze equivalenten

Example sentences with equivalent

  • Een kat of hond die je likt is het equivalent van jou aaien. “When a cat or dog licks you, it's their equivalent of petting you.”
  • Er zijn woorden in het Portugees die geen vertaling of equivalent hebben in andere talen, zoals „açaí”, „samba” of „guaraná”. “There are words in Portuguese that don't have translation or equivalence in other languages like "açaí", "samba" or "guaraná".”

Dutch words ending in equivalent

fulltime-equivalent | warmte-equivalent | bio-equivalent | gramequivalent

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with equivalent

equivalentie | equivalentieprincipe

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).