De of het einzelgänger?

Het juiste lidwoord is:

de einzelgänger

  • Meervoud: de einzelgängers
Betekenis iemand die veel alleen is en doet

Zo gebruik je einzelgänger

Met lidwoordde einzelgänger
Dit of dezedeze einzelgänger
Dat of diedie einzelgänger
Ons of onzeonze einzelgänger
Jouwjouw einzelgänger
Elk of elkeelke einzelgänger
Welk of welkewelke einzelgänger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote einzelgänger, de grote einzelgänger
Meervoudde einzelgängers, deze einzelgängers

Voorbeeldzinnen met einzelgänger

  • ‘Ik ben niet alleen maar een aso, maar ik ben wel een einzelgänger’, zei hij zondagavond in Rooijakkers over de vloer.
  • „Ik ken hem wel, hij is een einzelgänger.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).