De of het kenspreuk?

Het juiste lidwoord is:

de kenspreuk

  • Meervoud: de kenspreuken
Betekenis een spreuk die als kenteken wordt gebruikt

Zo gebruik je kenspreuk

Met lidwoordde kenspreuk
Dit of dezedeze kenspreuk
Dat of diedie kenspreuk
Ons of onzeonze kenspreuk
Jouwjouw kenspreuk
Elk of elkeelke kenspreuk
Welk of welkewelke kenspreuk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kenspreuk, de grote kenspreuk
Meervoudde kenspreuken, deze kenspreuken

Voorbeeldzinnen met kenspreuk

  • De naam mag ook een kenspreuk zijn, de naam van de instelling waartoe het schip behoort of de gebruikelijke afkorting hiervan, al dan niet gevolgd door een nummer.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).