De of het eerstejaarsvak?

Het juiste lidwoord is:

het eerstejaarsvak

  • Meervoud: de eerstejaarsvakken
Betekenis vak dat in het eerste jaar van een studie wordt gegeven

Zo gebruik je eerstejaarsvak

Met lidwoordhet eerstejaarsvak
Dit of dezedit eerstejaarsvak
Dat of diedat eerstejaarsvak
Ons of onzeons eerstejaarsvak
Jouwjouw eerstejaarsvak
Elk of elkeelk eerstejaarsvak
Welk of welkewelk eerstejaarsvak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot eerstejaarsvak, het grote eerstejaarsvak
Meervoudde eerstejaarsvakken, deze eerstejaarsvakken

Voorbeeldzinnen met eerstejaarsvak

  • Bij de computertoets voor het eerstejaarsvak statistiek vulden economiestudenten gedurende het semester wekelijks een computertoets in om hun kennis te testen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).