De of het branddeur?

Het juiste lidwoord is:

de branddeur

  • Meervoud: de branddeuren
Betekenis 1. nooddeur bij brand 2. (bouwkunde) een deur die een bepaalde weerstand heeft tegen de inwerking van vuur bij voorbeeld van ijzer met brandwerend materiaal bekleed

Zo gebruik je branddeur

Met lidwoordde branddeur
Dit of dezedeze branddeur
Dat of diedie branddeur
Ons of onzeonze branddeur
Jouwjouw branddeur
Elk of elkeelke branddeur
Welk of welkewelke branddeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote branddeur, de grote branddeur
Meervoudde branddeuren, deze branddeuren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).