De of het dubbeluur?

Het juiste lidwoord is:

het dubbeluur

  • Meervoud: de dubbeluren
Betekenis een les die de lengte heeft van twee normale lesuren

Zo gebruik je dubbeluur

Met lidwoordhet dubbeluur
Dit of dezedit dubbeluur
Dat of diedat dubbeluur
Ons of onzeons dubbeluur
Jouwjouw dubbeluur
Elk of elkeelk dubbeluur
Welk of welkewelk dubbeluur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot dubbeluur, het grote dubbeluur
Meervoudde dubbeluren, deze dubbeluren

Voorbeeldzinnen met dubbeluur

  • Het weer was mooi en we mochten vaak voetballen, vrijwel elke keer als we een dubbeluur met gym hadden, op het nog steeds sappige donkergroene gras in het Vasaparken.
  • „Veel lessen worden gegeven in een dubbeluur van tachtig minuten”, legt Van Hoorn uit.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).