De of het dorpskind?

Het juiste lidwoord is:

het dorpskind

  • Meervoud: de dorpskinderen
  • Verkleinwoord: het dorpskindje
Betekenis persoon van jonge leeftijd die leeft in een kleine nederzetting op het platteland

Zo gebruik je dorpskind

Met lidwoordhet dorpskind
Dit of dezedit dorpskind
Dat of diedat dorpskind
Ons of onzeons dorpskind
Jouwjouw dorpskind
Elk of elkeelk dorpskind
Welk of welkewelk dorpskind?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot dorpskind, het grote dorpskind
Meervoudde dorpskinderen, deze dorpskinderen

Voorbeeldzinnen met dorpskind

  • Ze flitsen met de dorpskinderen door de struiken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).