De of het gebouwenbeheer?

Het juiste lidwoord is:

het gebouwenbeheer

Betekenis (economie) het onderhouden en exploiteren van vastgoed

Zo gebruik je gebouwenbeheer

Met lidwoordhet gebouwenbeheer
Dit of dezedit gebouwenbeheer
Dat of diedat gebouwenbeheer
Ons of onzeons gebouwenbeheer
Jouwjouw gebouwenbeheer
Elk of elkeelk gebouwenbeheer
Welk of welkewelk gebouwenbeheer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot gebouwenbeheer, het grote gebouwenbeheer

Voorbeeldzinnen met gebouwenbeheer

  • De afdeling gebouwenbeheer van het ziekenhuis ging om de tafel met een vastgoedondernemer.
  • De man, Donovan A., werkte op de afdeling die onder meer gaat over gebouwenbeheer, politiekleding en wapens.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).