De of het diucagors?

Het juiste lidwoord is:

de diucagors

  • Meervoud: de diucagorzen
  • Verkleinwoord: het diucagorsje
Betekenis (zangvogels) Diuca diuca een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren). Deze soort telt vier ondersoorten

Zo gebruik je diucagors

Met lidwoordde diucagors
Dit of dezedeze diucagors
Dat of diedie diucagors
Ons of onzeonze diucagors
Jouwjouw diucagors
Elk of elkeelke diucagors
Welk of welkewelke diucagors?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote diucagors, de grote diucagors
Meervoudde diucagorzen, deze diucagorzen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).