De of het familierechter?

Het juiste lidwoord is:

de familierechter

  • Meervoud: de familierechters
Betekenis rechter die uitspraken doet in rechtszaken die betrekking hebben op het familierecht

Zo gebruik je familierechter

Met lidwoordde familierechter
Dit of dezedeze familierechter
Dat of diedie familierechter
Ons of onzeonze familierechter
Jouwjouw familierechter
Elk of elkeelke familierechter
Welk of welkewelke familierechter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote familierechter, de grote familierechter
Meervoudde familierechters, deze familierechters

Voorbeeldzinnen met familierechter

  • Nadat de familierechter Tini nul op rekest had gegeven, zocht ze het tot tweemaal toe hogerop.
  • Dat bespreken we bij een familierechter."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).