De of het dijkwerker?

Het juiste lidwoord is:

de dijkwerker

  • Meervoud: de dijkwerkers
Betekenis (beroep) arbeider die aan een dijk werkt

Zo gebruik je dijkwerker

Met lidwoordde dijkwerker
Dit of dezedeze dijkwerker
Dat of diedie dijkwerker
Ons of onzeonze dijkwerker
Jouwjouw dijkwerker
Elk of elkeelke dijkwerker
Welk of welkewelke dijkwerker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dijkwerker, de grote dijkwerker
Meervoudde dijkwerkers, deze dijkwerkers

Voorbeeldzinnen met dijkwerker

  • Met stevige stap stapten de Friese dijkwerkers die ooit Damme oprichtten, maar in sommige andere gespeelde scènes bleken de woorden onhoorbaar …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).