De of het beroepsleven?

Het juiste lidwoord is:

het beroepsleven

  • Meervoud: de beroepslevens
Betekenis dat deel van iemands leven dat te maken heeft met het werk dat men verricht

Zo gebruik je beroepsleven

Met lidwoordhet beroepsleven
Dit of dezedit beroepsleven
Dat of diedat beroepsleven
Ons of onzeons beroepsleven
Jouwjouw beroepsleven
Elk of elkeelk beroepsleven
Welk of welkewelk beroepsleven?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot beroepsleven, het grote beroepsleven
Meervoudde beroepslevens, deze beroepslevens

Voorbeeldzinnen met beroepsleven

  • Omdat ook nauwgezet aantekening werd gemaakt van veranderingen in het beroepsleven van de proefkonijnen, had ik trouwhartig gemeld dat mijn nieuwe roman af was …
  • Bram Moszkowicz begint zijn tweede beroepsleven in de politiek.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).