De of het den?

Het juiste lidwoord is:

de den

  • Meervoud: de dennen
  • Verkleinwoord: het dennetje
Betekenis 1. (coniferen) kegeldragende naaldboom van het geslacht Pinus 2. een kerstboom

Zo gebruik je den

Met lidwoordde den
Dit of dezedeze den
Dat of diedie den
Ons of onzeonze den
Jouwjouw den
Elk of elkeelke den
Welk of welkewelke den?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote den, de grote den
Meervoudde dennen, deze dennen

Voorbeeldzinnen met den

  • De mensheid zal op den duur zichzelf vernietigen.
  • In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
  • In den naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).