De of het denguepatiënt?

Het juiste lidwoord is:

de denguepatiënt

  • Meervoud: de denguepatiënten
Betekenis (medisch) iemand die lijdt aan knokkelkoorts

Zo gebruik je denguepatiënt

Met lidwoordde denguepatiënt
Dit of dezedeze denguepatiënt
Dat of diedie denguepatiënt
Ons of onzeonze denguepatiënt
Jouwjouw denguepatiënt
Elk of elkeelke denguepatiënt
Welk of welkewelke denguepatiënt?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote denguepatiënt, de grote denguepatiënt
Meervoudde denguepatiënten, deze denguepatiënten

Voorbeeldzinnen met denguepatiënt

  • De denguepatiënt krijgt na besmetting hoge koorts, hevige hoofdpijn en verliest de eetlust vanwege misselijkheid en braken.
  • In Vietnam is het aantal denguepatiënten de eerste helft van dit jaar verdrievoudigd ten opzichte van 2018: al meer dan 88.000 mensen raakten besmet.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).