De of het dekram?

Het juiste lidwoord is:

de dekram

  • Meervoud: de dekrammen
Betekenis mannelijk schaap dat gebruikt wordt voor het dekken van ooien

Zo gebruik je dekram

Met lidwoordde dekram
Dit of dezedeze dekram
Dat of diedie dekram
Ons of onzeonze dekram
Jouwjouw dekram
Elk of elkeelke dekram
Welk of welkewelke dekram?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dekram, de grote dekram
Meervoudde dekrammen, deze dekrammen

Voorbeeldzinnen met dekram

  • In Uddel zijn vanmorgen weer twee dode schapen gevonden, een dekram en een ooi.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).