De of het fietsenrekkie?

Het juiste lidwoord is:

het fietsenrekkie

  • Meervoud: de fietsenrekkies
  • Verkleinwoord: het fietsenrekkietje
Betekenis 1. (schertsend, figuurlijk) gebit waarin enkele tanden ontbreken 2. (schertsend, figuurlijk) gebit met grote tussenruimte tussen de tanden

Zo gebruik je fietsenrekkie

Met lidwoordhet fietsenrekkie
Dit of dezedit fietsenrekkie
Dat of diedat fietsenrekkie
Ons of onzeons fietsenrekkie
Jouwjouw fietsenrekkie
Elk of elkeelk fietsenrekkie
Welk of welkewelk fietsenrekkie?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot fietsenrekkie, het grote fietsenrekkie
Meervoudde fietsenrekkies, deze fietsenrekkies

Voorbeeldzinnen met fietsenrekkie

  • Zo kan het gebeuren dat iemand met eens een gaaf bekkie al vrij snel rondloopt met een verwoest fietsenrekkie.
  • De tandarts gaf aan dat de kies er uit moet, met als gevolg dat ik een gat in mijn fietsenrekkie krijg

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).