De of het deeltijdboer?

Het juiste lidwoord is:

de deeltijdboer

  • Meervoud: de deeltijdboeren
Betekenis (beroep) eigenaar van een landbouwbedrijf die een belangrijk deel van zijn inkomen met activiteiten daarbuiten verdient

Zo gebruik je deeltijdboer

Met lidwoordde deeltijdboer
Dit of dezedeze deeltijdboer
Dat of diedie deeltijdboer
Ons of onzeonze deeltijdboer
Jouwjouw deeltijdboer
Elk of elkeelke deeltijdboer
Welk of welkewelke deeltijdboer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote deeltijdboer, de grote deeltijdboer
Meervoudde deeltijdboeren, deze deeltijdboeren

Voorbeeldzinnen met deeltijdboer

  • Pal naast het proefbedrijf runt melkveehouder J. Lenderink een bedrijf met 45 melkkoeien. De andere buurman is B. Rondeel, deeltijdboer met twintig koeien.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).