De of het brandkluis?

Het juiste lidwoord is:

de brandkluis

  • Meervoud: de brandkluizen
Betekenis ruimte die de inhoud beschermt tegen de schadelijke invloeden van brand

Zo gebruik je brandkluis

Met lidwoordde brandkluis
Dit of dezedeze brandkluis
Dat of diedie brandkluis
Ons of onzeonze brandkluis
Jouwjouw brandkluis
Elk of elkeelke brandkluis
Welk of welkewelke brandkluis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brandkluis, de grote brandkluis
Meervoudde brandkluizen, deze brandkluizen

Voorbeeldzinnen met brandkluis

  • Een jongen van acht heeft gisteravond opgesloten gezeten in een brandkluis in Montfoort.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).