De of het dagkalender?

Het juiste lidwoord is:

de dagkalender

  • Meervoud: de dagkalenders
Betekenis kalender met één blad voor elke dag (die vaak ook een spreuk of mop bevat)

Zo gebruik je dagkalender

Met lidwoordde dagkalender
Dit of dezedeze dagkalender
Dat of diedie dagkalender
Ons of onzeonze dagkalender
Jouwjouw dagkalender
Elk of elkeelke dagkalender
Welk of welkewelke dagkalender?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dagkalender, de grote dagkalender
Meervoudde dagkalenders, deze dagkalenders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).