De of het beginnelinge?

Het juiste lidwoord is:

de beginnelinge

  • Meervoud: de beginnelinges
Betekenis vrouw die aan iets nieuws begint; onervaren vrouw

Zo gebruik je beginnelinge

Met lidwoordde beginnelinge
Dit of dezedeze beginnelinge
Dat of diedie beginnelinge
Ons of onzeonze beginnelinge
Jouwjouw beginnelinge
Elk of elkeelke beginnelinge
Welk of welkewelke beginnelinge?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beginnelinge, de grote beginnelinge
Meervoudde beginnelinges, deze beginnelinges

Voorbeeldzinnen met beginnelinge

  • Ze hadden hun teleurstelling over de afwezigheid van Désiree opzij gezet en moedigden de beginnelinge aan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).