De of het dagjesmensen?

Het juiste lidwoord is:

de dagjesmensen

  • Meervoud: de dagjesmensen
Betekenis (toerisme) mensen die een toeristisch reisje maakt zonder overnachting

Zo gebruik je dagjesmensen

Met lidwoordde dagjesmensen
Dit of dezedeze dagjesmensen
Dat of diedie dagjesmensen
Ons of onzeonze dagjesmensen
Jouwjouw dagjesmensen
Elk of elkeelke dagjesmensen
Welk of welkewelke dagjesmensen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dagjesmensen, de grote dagjesmensen
Meervoudde dagjesmensen, deze dagjesmensen

Voorbeeldzinnen met dagjesmensen

  • Hij vindt donderdag trouwens de leukste dag van de Zwarte Cross. "Dan zijn er nog geen dagjesmensen."
  • Er wordt geen rekening gehouden met de 1,5 miljoen toeristen en dagjesmensen die jaarlijks de stad overspoelen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).