De of het aanschakelaar?

Het juiste lidwoord is:

de aanschakelaar

  • Meervoud: de aanschakelaars
Betekenis (elektrotechniek) toestel waarmee men een elektrische stroom kan laten stromen zodat een apparaat gaat werken

Zo gebruik je aanschakelaar

Met lidwoordde aanschakelaar
Dit of dezedeze aanschakelaar
Dat of diedie aanschakelaar
Ons of onzeonze aanschakelaar
Jouwjouw aanschakelaar
Elk of elkeelke aanschakelaar
Welk of welkewelke aanschakelaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aanschakelaar, de grote aanschakelaar
Meervoudde aanschakelaars, deze aanschakelaars

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).