De of het daak?

Het juiste lidwoord is:

het daak

Betekenis (waterbeheer) drijvend afval op het water

Zo gebruik je daak

Met lidwoordhet daak
Dit of dezedit daak
Dat of diedat daak
Ons of onzeons daak
Jouwjouw daak
Elk of elkeelk daak
Welk of welkewelk daak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot daak, het grote daak

Voorbeeldzinnen met daak

  • De wind heeft dat drijvend afval bij elkaar gejaagd en het hoge water heeft het in grote massa's hier en daar neergesmeten en achtergelaten, dat is het daak …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).