De of het praktijkhouder?

Het juiste lidwoord is:

de praktijkhouder

  • Meervoud: de praktijkhouders
Betekenis iemand die eigenaar is van een (huisartsen)praktijk

Zo gebruik je praktijkhouder

Met lidwoordde praktijkhouder
Dit of dezedeze praktijkhouder
Dat of diedie praktijkhouder
Ons of onzeonze praktijkhouder
Jouwjouw praktijkhouder
Elk of elkeelke praktijkhouder
Welk of welkewelke praktijkhouder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote praktijkhouder, de grote praktijkhouder
Meervoudde praktijkhouders, deze praktijkhouders

Voorbeeldzinnen met praktijkhouder

  • Het waarneemtarief is vrij onderhandelbaar: een waarnemer en praktijkhouder bepalen samen het bedrag dat zal worden betaald.
  • Raymond de Jong is praktijkhouder in Eindhoven: "Het probleem is alleen niet per se dat jonge mensen te veel op hun telefoon zitten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).