De of het coronalockdown?

Het juiste lidwoord is:

de coronalockdown

  • Meervoud: de coronalockdowns
  • Verkleinwoord: het coronalockdowntje
Betekenis (medisch, maatschappij) periode tijdens de coronapandemie van 2020-21 waarin regionaal of landelijk mensen zo veel mogelijk thuis moeten blijven om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan

Zo gebruik je coronalockdown

Met lidwoordde coronalockdown
Dit of dezedeze coronalockdown
Dat of diedie coronalockdown
Ons of onzeonze coronalockdown
Jouwjouw coronalockdown
Elk of elkeelke coronalockdown
Welk of welkewelke coronalockdown?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote coronalockdown, de grote coronalockdown
Meervoudde coronalockdowns, deze coronalockdowns

Voorbeeldzinnen met coronalockdown

  • De branche had in juni 2020 weliswaar haar protocol al klaar en er is nog steeds geen enkele (aangetoonde) besmetting in een filmzaal geweest …
  • Johnson lag al geruime tijd onder vuur vanwege een reeks schandalen, zoals het bijwonen van feestjes in coronalockdowns.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).