De of het beursganger?

Het juiste lidwoord is:

de beursganger

  • Meervoud: de beursgangers
Betekenis 1. iemand die een beurs bezoekt 2. (financieel) bedrijf dat aandelen op de beurs uitgeeft; nieuwkomer op de beurs

Zo gebruik je beursganger

Met lidwoordde beursganger
Dit of dezedeze beursganger
Dat of diedie beursganger
Ons of onzeonze beursganger
Jouwjouw beursganger
Elk of elkeelke beursganger
Welk of welkewelke beursganger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beursganger, de grote beursganger
Meervoudde beursgangers, deze beursgangers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).