De of het computergebruiker?

Het juiste lidwoord is:

de computergebruiker

  • Meervoud: de computergebruikers
  • Verkleinwoord: het computergebruikertje
Betekenis ICT gebruiker; iemand die een computer, een computer of een informatiesysteem gebruikt

Zo gebruik je computergebruiker

Met lidwoordde computergebruiker
Dit of dezedeze computergebruiker
Dat of diedie computergebruiker
Ons of onzeonze computergebruiker
Jouwjouw computergebruiker
Elk of elkeelke computergebruiker
Welk of welkewelke computergebruiker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote computergebruiker, de grote computergebruiker
Meervoudde computergebruikers, deze computergebruikers

Voorbeeldzinnen met computergebruiker

  • Bij ransomeware zet malafide software (afgekort malware) het systeem van een computergebruiker op slot en krijgt de gebruiker een melding dat het systeem pas weer werkt als er geld is betaald.
  • In sommige gevallen krijgt de computergebruiker, zoals ook de bedoeling is, een slot-icoon te zien als teken dat het goed zit. Maar dat slotje verschijnt niet bij alle browsers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).