De of het bouwafspraak?

Het juiste lidwoord is:

de bouwafspraak

  • Meervoud: de bouwafspraken
  • Verkleinwoord: het bouwafspraakje
Betekenis afgesproken belofte betreffende de bouw (van woningen)

Zo gebruik je bouwafspraak

Met lidwoordde bouwafspraak
Dit of dezedeze bouwafspraak
Dat of diedie bouwafspraak
Ons of onzeonze bouwafspraak
Jouwjouw bouwafspraak
Elk of elkeelke bouwafspraak
Welk of welkewelke bouwafspraak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwafspraak, de grote bouwafspraak
Meervoudde bouwafspraken, deze bouwafspraken

Voorbeeldzinnen met bouwafspraak

  • Door die korting en de noeste arbeid van makelaar Marian Peters zijn de meeste beschikbare kavels nu overigens wel verkocht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).