De of het carnavalvierder?

Het juiste lidwoord is:

de carnavalvierder

  • Meervoud: de carnavalvierders
  • Verkleinwoord: het carnavalvierdertje
Betekenis iemand die meedoet aan het carnavalsfeest

Zo gebruik je carnavalvierder

Met lidwoordde carnavalvierder
Dit of dezedeze carnavalvierder
Dat of diedie carnavalvierder
Ons of onzeonze carnavalvierder
Jouwjouw carnavalvierder
Elk of elkeelke carnavalvierder
Welk of welkewelke carnavalvierder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote carnavalvierder, de grote carnavalvierder
Meervoudde carnavalvierders, deze carnavalvierders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).