De of het clubeigenaar?

Het juiste lidwoord is:

de clubeigenaar

  • Meervoud: de clubeigenaren / clubeigenaars
Betekenis 1. (sport) iemand die een sportclub bezit 2. iemand die een nachtclub bezit

Zo gebruik je clubeigenaar

Met lidwoordde clubeigenaar
Dit of dezedeze clubeigenaar
Dat of diedie clubeigenaar
Ons of onzeonze clubeigenaar
Jouwjouw clubeigenaar
Elk of elkeelke clubeigenaar
Welk of welkewelke clubeigenaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote clubeigenaar, de grote clubeigenaar
Meervoudde clubeigenaren, deze clubeigenaren

Voorbeeldzinnen met clubeigenaar

  • Want vijf maanden na het aantreden van Koeman bij Beitar staat de club in brand. Het meest recente hoofdstuk bij de nummer acht van Israël is de arrestatie van clubeigenaar Moshe Hogeg.
  • Ook klaagt ze een clubeigenaar aan omdat die weigert haar te bedienen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).