De of het canadees?

Het juiste lidwoord is:

de canadees

  • Meervoud: de canadezen
Betekenis open toerkano, Canadese kano

Zo gebruik je canadees

Met lidwoordde canadees
Dit of dezedeze canadees
Dat of diedie canadees
Ons of onzeonze canadees
Jouwjouw canadees
Elk of elkeelke canadees
Welk of welkewelke canadees?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote canadees, de grote canadees
Meervoudde canadezen, deze canadezen

Voorbeeldzinnen met canadees

  • Is dat Canadees geld?
  • Dat is een Canadees.
  • Onze echtgenoten zijn Canadezen.

Woorden die eindigen op canadees

zeilcanadees

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).