De of het burgerdeugd?

Het juiste lidwoord is:

de burgerdeugd

  • Meervoud: de burgerdeugden
Betekenis de goede karaktereigenschappen die kenmerkend voor de burgers van een stad of land zouden zijn

Zo gebruik je burgerdeugd

Met lidwoordde burgerdeugd
Dit of dezedeze burgerdeugd
Dat of diedie burgerdeugd
Ons of onzeonze burgerdeugd
Jouwjouw burgerdeugd
Elk of elkeelke burgerdeugd
Welk of welkewelke burgerdeugd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote burgerdeugd, de grote burgerdeugd
Meervoudde burgerdeugden, deze burgerdeugden

Voorbeeldzinnen met burgerdeugd

  • Hier zag hij het getrokken zwaard met de frygische muts, dat als een indrukwekkende bedreiging boven de bestuurstafel hing en de grote proclamatie van Les Droits de 1'Homme aan de wand en de busten …
  • Elke burger heeft immers wel een vijand, een schuldenaar of een weggejaagde bediende, die hem van hoogmoed jegens zijn naasten …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).