De of het burgemeestersvrouw?

Het juiste lidwoord is:

de burgemeestersvrouw

  • Meervoud: de burgemeestersvrouwen
Betekenis de echtgenote van een burgemeester

Zo gebruik je burgemeestersvrouw

Met lidwoordde burgemeestersvrouw
Dit of dezedeze burgemeestersvrouw
Dat of diedie burgemeestersvrouw
Ons of onzeonze burgemeestersvrouw
Jouwjouw burgemeestersvrouw
Elk of elkeelke burgemeestersvrouw
Welk of welkewelke burgemeestersvrouw?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote burgemeestersvrouw, de grote burgemeestersvrouw
Meervoudde burgemeestersvrouwen, deze burgemeestersvrouwen

Voorbeeldzinnen met burgemeestersvrouw

  • 'Ons nichtje heeft besloten hier voorlopig te blijven,'zei de burgemeestersvrouw.
  • Volgens hem is echter niet hij, maar de burgemeestersvrouw de leider van de criminele bende.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).