De of het buitentemperatuur?

Het juiste lidwoord is:

de buitentemperatuur

  • Meervoud: de buitentemperaturen
  • Verkleinwoord: het buitentemperatuurtje
Betekenis de temperatuur buiten een gebouw; de temperatuur in de buitenlucht

Zo gebruik je buitentemperatuur

Met lidwoordde buitentemperatuur
Dit of dezedeze buitentemperatuur
Dat of diedie buitentemperatuur
Ons of onzeonze buitentemperatuur
Jouwjouw buitentemperatuur
Elk of elkeelke buitentemperatuur
Welk of welkewelke buitentemperatuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote buitentemperatuur, de grote buitentemperatuur
Meervoudde buitentemperaturen, deze buitentemperaturen

Voorbeeldzinnen met buitentemperatuur

  • Met een buitentemperatuur van 40 graden Celsius voelt het alsof de stad in brand staat.
  • Hondencoach Arvid van Putten werd bij een buitentemperatuur van 26 graden en met een trui aan in stilstaande auto in de zon gezet.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).