De of het brugpijler?

Het juiste lidwoord is:

de brugpijler

  • Meervoud: de brugpijlers
Betekenis pilaar die als steunpunt voor een grote brug is gebouwd

Zo gebruik je brugpijler

Met lidwoordde brugpijler
Dit of dezedeze brugpijler
Dat of diedie brugpijler
Ons of onzeonze brugpijler
Jouwjouw brugpijler
Elk of elkeelke brugpijler
Welk of welkewelke brugpijler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote brugpijler, de grote brugpijler
Meervoudde brugpijlers, deze brugpijlers

Voorbeeldzinnen met brugpijler

  • Ook in Nijmegen: jongeren springen van een brugpijler in het water
  • De sociale Uitham werd naderhand geprezen, aangezien hij bij Oudkerk de tegen een brugpijler gebotste Jeen van den Berg van het ijs raapte en naar Leeuwarden loodste. Van den Berg werd daardoor derde.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).